Vinificatie

Vinificatie in Nederland: van druif tot Nederlandse wijn

Wijn maken in Nederland? Voor veel mensen klinkt dat nog steeds als iets exotisch. Toch is de Nederlandse wijnbouw flink in opkomst. En nee, we hebben het niet alleen over hippe natuurwijnen of bio-dynamische pioniers: ook de meer klassieke vinificatiemethoden vinden hier hun plek. In dit artikel nemen we je mee in hoe wijn in Nederland wordt gemaakt — van vroeger tot nu.

Even terugspoelen: een korte geschiedenis

Wijnbouw in Nederland is allesbehalve nieuw. Al in de Romeinse tijd werd er wijn gemaakt in het gebied dat we nu Zuid-Limburg noemen. In de middeleeuwen waren er zelfs tientallen wijngaarden verspreid over Nederland, vaak rondom kloosters en kastelen. Maar toen het klimaat kouder werd (de zogeheten Kleine IJstijd) en bier aan populariteit won, raakte de wijnbouw in de vergetelheid.

Fast forward naar de jaren ‘60: in 1967 werd in Limburg de eerste moderne wijngaard aangeplant door een dominee met een droom — Jean Bellefroid. Vanaf dat moment begon de wederopstanding van de Nederlandse wijnbouw, langzaam maar zeker. En met de opwarming van het klimaat én betere druivenrassen, is die ontwikkeling inmiddels in een stroomversnelling geraakt.

Wat is vinificatie eigenlijk?

Vinificatie is gewoon een chique woord voor “het proces van wijn maken”. Dus: wat gebeurt er met de druiven nadat ze geoogst zijn? Nou, dat hangt af van het type wijn dat je wilt maken (wit, rood, rosé, mousserend) én de stijl van de wijnmaker. Maar grofweg ziet het proces er zo uit:

  1. Oogsten: In Nederland wordt meestal handmatig geoogst, omdat veel wijngaarden kleinschalig zijn. Timing is cruciaal: te vroeg geplukt = zure wijn, te laat = kans op rot.
  2. Persen en vergisten: Voor witte wijn worden de druiven vrijwel direct geperst; bij rode wijn laat men de schillen juist even mee weken (dat geeft kleur, smaak én tannines). Daarna volgt de vergisting: suiker + gist = alcohol + koolzuur. Soms met wilde gisten (natuurwijn), soms met gekweekte gisten voor meer controle.
  3. Rijping: De wijn mag even tot rust komen. In roestvrijstalen tanks voor frisse stijlen, of in houten vaten voor complexere smaken. Ook dit gebeurt steeds vaker in Nederland, al blijft houtgebruik nog vrij bescheiden.
  4. Bottelen & rusten: Na klaren en filteren gaat de wijn de fles in. Sommige wijnmakers voegen nog een klein beetje sulfiet toe om de wijn stabiel te houden.

Typisch Nederlandse keuzes

Nederlandse wijnmakers moeten creatief zijn. Onze zomers zijn minder heet dan in Frankrijk of Spanje, dus kiezen we vaak voor druivenrassen die goed gedijen in koele klimaten. Denk aan Solaris, Johanniter, Regent en Pinot Noir. Klassieke Franse druiven als Merlot of Syrah zie je hier zelden — die rijpen simpelweg niet goed genoeg.

Daarnaast is duurzaamheid een hot topic. Steeds meer wijnboeren kiezen voor biologisch, biodynamisch of zelfs volledig natuurlijk werken, maar ook de conventionele wijnmakers worden zich steeds bewuster van hun impact op de omgeving.

En hoe smaakt Nederlandse wijn dan?

Fris, levendig en vaak met een mooie zuurgraad. Denk aan wit met tonen van groene appel, limoen en vlierbloesem. Rode wijnen zijn meestal lichter, met veel rood fruit en soms een tikje aards. Mousserende wijnen doen het trouwens ook verrassend goed — dankzij die frisse zuren en strakke stijl.

Tot slot

De Nederlandse wijnwereld is volop in beweging. En hoewel we nog geen Bordeaux zijn, hebben we wél een unieke stijl, eigen druivenrassen en een nieuwe generatie wijnmakers die hun eigen pad durft te kiezen. Of je nu een doorgewinterde vinofiel bent of gewoon zin hebt in iets lokaals: Nederlandse wijn is het ontdekken meer dan waard.